Inkomsten en uitgaven van zorgbehoevende ouderen
Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) heeft in opdracht van de Unie KBO het inkomens- en uitgavenplaatje gespecificeerd van een aantal standaardhuishoudens die te maken hebben met extra zorgkosten.

Per 1 april 2003 is de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) veranderd. Dit heeft ook financiële consequenties voor de cliënten.

Ook zonder deze nieuwe regelingen is het bekend dat ouderen die te maken hebben met extra zorgkosten hoge vaste lasten hebben. Zie bijvoorbeeld SCP, Rapportage Ouderen, 2001.

Aanleiding voor het onderzoek voor de Unie KBO waren niet alleen de zorgen over de koopkracht van zorgbehoevende AOW’ers. De systematiek van het onderzoek betekent ook dat een vergelijking gemaakt kan worden van de financiële situatie tussen mensen met vergelijkbare zorgvragen die in een verschillende setting verblijven.

Bij de berekeningen is rekening gehouden met zowel landelijke regelingen als gemeentelijke regelingen. Bij de uitgaven van de huishoudens is uit gegaan van basispakketten, zoals die door het NIBUD ook voor andere groepen gebruikt worden.

Omdat ouderen met extra zorguitgaven een zeer diverse groep vormen, zowel qua huishoudsamenstelling, qua inkomen als qua zorgvraag, is het moeilijk aan te geven hoeveel huishoudens in Nederland precies voldoen aan bovenstaande standaardhuishoudens. Bovendien kunnen de regelingen per gemeente variëren.

Ouderen kunnen zich wel herkennen in gedeeltes van het inkomens- en uitgavenplaatje van de standaardhuishoudens.

Er zijn ongeveer 90.000 particuliere huishoudens, waar de AOW –op de huursubsidie na- de enige inkomensbron is. Nog eens 118.000 particuliere huishoudens hebben een aanvullend inkomen van minder dan 100 euro per maand. Daarnaast zijn er 115.000 AOW’ ers opgenomen in een institutioneel huishouden.

Voor meer informatie zie: NIBUD